Trouw moet Blijken
Tjalk van Arend Klos.

Arend Klos was op 11 maart 1922 getrouwd in Hoogeveen met Gerregien ten Klei.
Er werden vier kinderen geboren Hendrik, Gerrit, Joanna, Cathrien.

Toen de oorlog uitbrak lagen ze in BelgiŽ. Er werd zwaar gevochten en om hen heen werden schepen getroffen en sommige de grond in geboord.

Dochter Joanna was op dat moment in Dedemsvaart waar ze naar school ging. Na de capitulatie was Arend naar Zaandam gereisd naar zijn ouders om te informeren hoe het met zijn oudste zoon Henk was; gelukkig kreeg hij goede berichten, ook over broer Johannes en zijn schip de Soli Deo Gloria.

In het begin van de oorlog kon er nog wel worden gevaren, maar in 1944 toen ze in de gracht in Hasselt lagen, kwam Kareltje van Veen aan boord en hij vorderde het schip.Schipper Arend moest met zijn vrouw en dochter van boord. De twee zoons Henk en Gerrit mochten op het schip blijven, vergezeld met drie man Duitse Weermacht.Twee daarvan waren echte naziís, de andere Hans was een goede Duitser. De jongens hadden goede herinneringen aan hem.

Het gezin Klos vond onderdak bij van Dijk aan de Prinsengracht Ze hadden daar een kamertje naast de winkel, gezamenlijk gebruik van de keuken en een slaapkamertje. Het waren geen familie of kennissen van hen. Moeder Klos was op het oog een sterke vrouw, maar ze maakte zich erg ongerust over de beide jongens en het schip. Later vertelde ze; ďik kon het kamertje wel dweilen met mijn tranen ď Dochter Cathrien ging eerst naar de Hervormde school. Toen die gesloten was ging ze naar de school in de Gasthuisstraat.

We gingen melk halen bij boer Fortuin aan de gracht.Ze hadden een dochter Stijntje.Ook herinnerde zich dat ze daar een keer een jongentje hadden dat was meegekomen met een kindertransport uit het hongerende Westen. Oom Johannes Klos met de Soli Deo Gloria had ook een keer zoín kindertransport gedaan vanuit Amsterdam naar Hasselt, het ruim van het schip vol met kinderen.

Voor schipper Arend dreigde toen dat hij voor de Todt moest werken, dat wilde hij niet. Via een kennis in Dedemsvaart kreeg hij de beschikking over een klein scheepje waar hij mee op en neer kon varen met turf tussen Dedemsvaart en Hasselt en daardoor kreeg hij vrijstelling van het werken aan de loopgraven. Na de bevrijding kwam 1 van de zoons terug; het schip lag in Hoogkerk. De hele familie was daar naar toe gereisd achter in een open vrachtwagentje.

Ze vonden het schip terug, maar het ruim lag nog vol met zeemijnen.Daarvoor moest een expert komen om ze te ontmantelen. Deze kende echter niet dit type mijnen, zodat de schipper en hij aan elke haar een zweetdruppel hadden om dit karwei te klaren Na de ontmanteling was het schip gelost in Den Helder. Daarbij was men zo ruw te werk gegaan dat de schipper weer angsten had uitgestaan, bang dat het alsnog zou ontploffen.


Geschreven door Mien Buit uit Genne (Hasselt).